De Tigris-tunnel — de verborgen bronnen van de grote rivier in het Oost-Taurusgebergte
De Tigris-tunnel (Dicle Tüneli, Duits: Tigristunnel) is een natuur- en archeologisch monument in de provincie Diyarbakır in het zuidoosten van Turkije, in het Oost-Taurusgebergte. Hier, in een smalle kloof, baant een van de bronnen van de Tigris zich een weg door een kalksteenmassief via een lange ondergrondse gang, waardoor een zeldzaam natuurverschijnsel ontstaat: een karsttunnel waar een echte bergrivier doorheen stroomt. Maar de Tigris-tunnel is niet alleen geologisch beroemd: op de wanden zijn Assyrische spijkerschriftinscripties en reliëfs uit de 9e eeuw v.Chr. bewaard gebleven, achtergelaten door de koningen Tiglat-Pileser I en Salmanassar III, die hier persoonlijk zijn geweest en de bron van de Tigris beschouwden als de grens van de bekende wereld. Dit is een van de meest afgelegen en moeilijk bereikbare getuigenissen van de Assyrische beschaving, een soort 'handtekening van de grote koningen' aan de drempel van Mesopotamië.
Geschiedenis en oorsprong
De Tigris is – samen met de Eufraat – een van de twee grote rivieren waartussen de Sumerische en Akkadische beschavingen ontstonden. Voor de oude Mesopotamiërs had de bron van de Tigris een mythologische betekenis: deze werd beschouwd als de grens van de bewoonde wereld, de toegang tot de bergen en tegelijkertijd een symbool van vruchtbaarheid. De Assyrische koningen, die het eerste wereldrijk stichtten, trokken herhaaldelijk op militaire tochten naar het noorden, naar de bergen van Nairi en Urartu, en bereikten deze plaatsen.
De eerste heerser die hier een inscriptie achterliet, was Tiglat-Pileser I (regeerde ca. 1114–1076 v.Chr.). Hij bereikte driemaal persoonlijk de 'bron van de Tigris' en gaf opdracht om op de rots bij de tunnel een gedenkwaardige inscriptie in spijkerschrift en een reliëf met zijn afbeelding te hakken. Ongeveer twee eeuwen later, in de 9e eeuw v.Chr., kwam Salmanasar III (859–824 v.Chr.) – een van de meest oorlogszuchtige koningen van Assyrië – hierheen. Ook hij liet enkele reliëfs in de rotsen hakken en beschreef zijn reis uitvoerig in de zogenaamde 'Zwarte Obelisken' en kronieken die in Kalhu (het huidige Nimrud) zijn gevonden. Deze teksten vermelden de 'monding van de rivier' en de rituelen die de koning bij de tunnel zelf uitvoerde, waarbij hij offers bracht aan de goden Assur en Adad.
In de oudheid waren de tunnel en de bronnen van de Tigris door de Europeanen vergeten, en in de middeleeuwen bleven ze alleen bekend bij de lokale bevolking — de Koerden en Armeniërs, die de omliggende grotten als schuilplaatsen gebruikten. Deze plaatsen werden in de jaren 1860 opnieuw ontdekt door de Engelse reizigers Henry Layard en Horace Rassam, die in Koerdistan op zoek waren naar Assyrische oudheden. Duitse expedities voerden in 1899 en 1937 een gedetailleerd onderzoek uit. Tegenwoordig ligt de plek in de bergen tussen de districten Lije en Hazro, op een hoogte van ongeveer 1450 m, en wordt nog steeds beschouwd als een van de minst bezochte historische monumenten van Turkije.
Architectuur en bezienswaardigheden
De Tigris-tunnel is een plek waar de architectuur van de natuur en de mens samenkomen. De ondergrondse gang zelf is het resultaat van karstprocessen: miljoenen jaren lang heeft water de kalksteen opgelost, totdat er een kanaal van ongeveer een kilometer lang in was uitgeslepen, waar nu een van de bronnen van de Tigris doorheen stroomt.
De natuurlijke tunnel en de uitgang
Het belangrijkste punt van de route is de uitmonding van de rivier uit de tunnel. Hier stroomt het water uit een donkere boog, omlijst door lichtgrijze kalksteen, en snelt het via een kiezelbed naar beneden, het groene dal in. De hoogte van het gewelf bij de ingang bedraagt 8–10 meter, en de breedte tot 15 meter. De tunnel is alleen in de zomer toegankelijk, wanneer het waterpeil minimaal is, en dan slechts over een korte afstand: verderop zijn uitrusting en een ervaren gids vereist.
Assyrische reliëfs en inscripties
De belangrijkste historische schat bestaat uit twee reliëfs op de rotsen bij de ingang van de tunnel en in een kleine grot erboven. Op het eerste is een koning afgebeeld, naar rechts gekeerd, met opgeheven hand – een kenmerkende iconografie van Assyrische vorsten in een houding van aanbidding van de goden. Boven de figuur en ernaast is een tekst in spijkerschrift uitgehouwen, waarin de koning zichzelf "koning van het universum, koning van de vier windstreken" noemt. Dit reliëf wordt toegeschreven aan Tiglat-Pileser I. Het tweede reliëf, van een latere stijl en in betere staat, wordt toegeschreven aan Salmanassar III. Beide reliëfs zijn sterk aangetast door verwering, maar de silhouetten en een deel van de inscriptie zijn nog steeds leesbaar. In de grot boven de tunnel bevindt zich een derde inscriptie, die het complex compleet maakt.
Het omringende landschap
De vallei waar de Tigris uitmondt, is een smalle kloof met steile hellingen begroeid met eiken en jeneverbes. Daarboven rijzen de uitlopers van het Oostelijke Taurusgebergte op – een massief dat nog steeds een van de meest ongerepte gebieden van Turkije is. Vanaf de hoogste punten van het pad ontvouwt zich een panorama van verschillende parallelle bergkammen en plateaus, waar in de oudheid handels- en militaire routes van Assyrië naar Urartu liepen. In de omgeving zijn ook andere overblijfselen uit de oudheid te vinden: resten van forten en rotsgraven, die vermoedelijk uit de vroege ijzertijd dateren.
Verband met andere Assyrische monumenten
De Tigris-tunnel maakt deel uit van een groep Assyrische monumenten in de bergen, samen met de reliëfs in Egil (het oude Tushpan, aan de oever van het stuwmeer) en Birklen. Ze zijn allemaal ontstaan als gevolg van de veldtochten van de Assyrische koningen naar het noorden en vormen een soort 'herinneringsroute' waarmee de heersers van het rijk hun territoriale aanspraken vastlegden.
Interessante feiten en legendes
- Tiglath-Pileser I meldt in een van de inscripties trots dat hij "de eerste van de koningen is die de bron van de Tigris heeft bereikt", terwijl er in werkelijkheid al vóór hem heersers uit vroegere tijdperken hier waren geweest — dit is echter niet schriftelijk bevestigd.
- In de lokale Koerdische traditie wordt de tunnel beschouwd als de 'poort naar het ondergrondse rijk'; vroeger werden hier offers aan de riviergeesten achtergelaten, met het verzoek om een goede oogst en overvloedige regen.
- Op het reliëf van Salmanasar III zijn naast de figuur van de koning sporen te zien van afbeeldingen van de goden Assur en Adad — goden die verantwoordelijk zijn voor oorlog en onweer. Dit is een uiterst zeldzaam geval waarin Assyrische iconografie in de open lucht zo ver van het centrum van het rijk bewaard is gebleven.
- Uit deze bron (Birkleyn) stroomt een van de twee hoofdstromen die de Tigris vormen; de tweede komt uit het noordwesten, en ze komen samen stroomafwaarts van Lijje.
- Een gedetailleerde beschrijving van de Assyrische ceremonies bij de tunnel is te vinden in de zogenaamde "inscriptie van de bronzen poort van Balawat" — reliëfstroken die in Nimrud zijn gevonden en nu in het British Museum worden bewaard.
- Vanwege de moeilijk bereikbare ligging werd de plek lange tijd niet bewaakt: in de 20e eeuw ging een deel van de inscripties verloren als gevolg van explosiewerkzaamheden bij de aanleg van een lokale weg.
- Tegenwoordig staat de Tigris-tunnel op de voorlopige lijst van het UNESCO-werelderfgoed onder de algemene naam 'De bronnen van de Tigris – de reliëfs van Birken/Birklenin'.
Hoe er te komen
De Tigris-tunnel ligt in de bergen tussen de districten Lice en Hazro in de provincie Diyarbakır, 90 km ten noordoosten van de stad Diyarbakır. De dichtstbijzijnde luchthaven is Diyarbakır (DIY) met regelmatige vluchten vanuit Istanbul en Ankara. Van Diyarbakır naar Lice loopt een geasfalteerde snelweg; in Lice zelf is het raadzaam een lokale chauffeur in te huren met een jeep of 4×4 — de laatste 10–15 km van de weg zijn onverhard, vooral na regenval. De wandeling vanaf het dichtstbijzijnde dorp duurt ongeveer een uur over een pad langs een beekje. Het wordt afgeraden om op eigen houtje te gaan: het pad is slecht gemarkeerd en zonder lokale gids kun je gemakkelijk de opstandingen missen. Het is het beste om het bezoek te plannen als een dagtrip vanuit Diyarbakır, waarbij je vroeg in de ochtend vertrekt om voor het donker terug te zijn.
Tips voor reizigers
De beste tijd is eind juni tot september, wanneer het waterpeil het toelaat om dicht bij de tunnel zelf te komen en de reliëfs te bekijken. In het voorjaar is de weg vaak weggespoeld en in de winter ligt er hoog in de bergen sneeuw. Neem stevige wandelschoenen, een zaklamp (in de tunnel is het zelfs overdag donker), een voorraad water en een dunne jas mee – bij het water is het zelfs in de zomerse hitte koel. Uitrusting voor het water (rubberen laarzen of wandelsandalen) maakt de tocht naar de inscripties een stuk gemakkelijker. Ga respectvol om met de plek: de Assyrische reliëfs zijn kwetsbaar; het is ten strengste verboden ze aan te raken en al helemaal om afdrukken te maken. Laat geen afval achter en maak geen vuur in de vallei. Informeer voor uw reis bij het toeristenbureau van Diyarbakır naar de huidige situatie: de regio was in het verleden een onrustig gebied en soms is toestemming van de gendarmerie vereist. Combineer uw bezoek met een rondleiding door de oude stad Diyarbakır (UNESCO-werelderfgoed), de basaltmuren, de On Gözlü-brug en de Hevsel-tuinen. De Tigris-tunnel is een plek voor reizigers die niet zozeer op zoek zijn naar comfort, maar naar authenticiteit: hier klinkt de geschiedenis zonder decor, in het gekabbel van de rivier en het ruisen van de wind langs de verweerde rotsen.